Eerbied voor het leven

Door de Eerste Wereldoorlog kwam er plotseling een einde aan Albert Schweitzers veelbelovende werk in Lambarene. Omdat de Elzas toen bij Duitsland behoorde,gold Schweitzer in de franse kolonie Gabon als vijandig vreemdeling.
In de eerste tijd mocht hij onder bewaking verder met zijn werk doorgaan. Later werd hem iedere werkzaamheid verboden.
De hierdoor onverwacht verkregen vrije tijd bood hem de gelegenheid over een probleem na te denken,dat hem vroeger al had beziggehouden.
De oorlog was voor hem een sterke aanwijzing voor de ondergang van de cultuur.
De erkenning van het onmenselijk bedrijf dat oorlog betekent,maakte duidelijk dat de mensen ervan afzagen om zich in de eerste plaats in te zetten voor het juiste gedrag van de enkeling en voor de echte menselijke gemeenschap (= cultuur).

" Toen bekend werd dat van de blanken die vroeger aan de Ogowe geleefd hadden al tien gesneuveld zouden zijn,vroeg een oude inlander : " Waarom komen deze stammen dan niet in vergadering bij elkaar om dit te bespreken Hoe kunnen zij dan al deze doden betalen?"
" Al vanaf mijn eerste universiteitsjaren was ik begonnen te twijfelen aan de mening dat de mensheid bezig was aan een zekere ontwikkeling naar vooruitgang. Bij zeer veel gelegenheden moest ik vaststellen dat de openbare mening betreffende openlijk geuite onmenselijke ideeën deze niet met verontwaardiging verwierp,maar veeleer toejuichte.
Nu woedde de oorlog als resultaat van de ondergang van de cultuur".

In het bewustzijn dat men niet verder komt door te klagen over de ondergang van de cultuur,zocht Schweitzer naar nieuwe wegen om de opbouw van de cultuur mogelijk te maken. Daarbij werd het hem duidelijk dat cultuur zeer nauw samenhangt met de levensopvatting.
Alleen diegene die "ja" zegt tegen het leven en de wereld waarin hij leeft is ook in staat cultuur te scheppen. Het aanvaarden van het leven en van de wereld sluit echter ethisch,d.i. juist,verantwoord handelen in zich.
Ethiek is het streven naar het ideaal van het goede.

" Nu begon ik naar uitspraken en overtuigingen te zoeken waarop de wil tot cultuur en het vermogen deze te verwezenlijken, teruggrijpen.
Ik zag in dat de catastrofe van de cultuur voortkwam uit een catastrofe van de wereldbeschouwing. Voor mij was een van de duidelijkste tekenen van de ondergang dat het tot dusver verbannen bijgeloof in opkomst kwam".
" Maar wat is cultuur? Als het wezenlijke van de cultuur,is de ethische voltooiïng van de enkelingen,alsook van de maatschappij te beschouwen. De wil tot cultuur is dus een universele wil tot vooruitgang,die zich bewust is van het ethische als hoogste waarde ".
" Van welke aard is de wereldbeschouwing waarin de universele en de ethische wil tot vooruitgang een basis vormen en met elkaar verbonden zijn? Zij bestaat in een ethische wereld en levensaanvaarding".

Tevergeefs zocht Albert Schweitzer maandenlang naar een antwoord op de vraag hoe de mens er toe kan komen zichzelf en de wereld te aanvaarden.
In september 1915 moest hij een langere tocht over de rivier ondernemen. Op de avond van de derde dag schoot hem heel plotseling de uitdrukking " Eerbied voor het Leven " te binnen. Wie over de wereld en zichzelf nadenkt merkt dat alles wat hem omgeeft,planten,dieren,medemensen,evenzeer aan het leven hangt als hijzelf.

Wie dat heeft begrepen moet hen alle in liefde tegemoet treden. Uit eerbied voor God,die ieder wezen het leven schenkt,opdat het zijn opdracht kan vervullen moet men iedereen met achting behandelen en hem helpen met zijn levensvervulling.
Dat is het juiste gedrag wat de mens bij zijn schepping heeft meegekregen.
Wie dat doet,handelt goed.

" Wat is de eerbied voor het leven en hoe ontstaat het in ons"?
De meest directe zekerheid in het bewustzijn van de mens luidt :" Ik ben leven dat leven wil,te midden van leven,dat leven wil ".
De mens is zich bewust van zijn wil tot leven te midden van wil tot leven,ieder ogenblik waarin hij over zichzelf en over de wereld om zich heen nadenkt.
Tegelijkertijd voelt de denkend geworden mens de drang om aan alle wil tot leven dezelfde eerbied voor het leven te schenken als aan zijn eigen leven.
Hij beleeft dat andere leven in het zijne.
Voor hem geldt als goed : leven behouden,leven bevorderen,nog te ontwikkelen leven tot zijn hoogste waarde brengen ; als slecht : leven vernietigen,leven beschadigen,te ontwikkelen leven onderdrukken.
Dit is het noodzakelijke absolute grondprincipe van het zedelijke.

De mens is slechts ethisch als voor hem het leven op zich,zowel van de planten en het dier als dat van de mens heilig is en hij het leven dat in nood is helpt.
Slechts de universele ethiek van het gevoel van grenzenloze verantwoording jegens alles wat leeft laat zich in het denken bevestigen.
De ethiek van de eerbied voor het leven behelst dus alles wat als liefde,overgave,medelijden en medeleven kan worden aangeduid.


© Internationale vereniging van het werk van Albert Schweitzer van Lambarene (A.I.S.L.).

E-Mail an Webmaster

Laatste wijziging op 2.7.1999