Helene Schweitzer-Bresslau

Op 1 juni 1957 stierf mijn moeder Hélène Schweitzer-Bresslau in het ziekenhuis van de school voor verpleegkundigen in Zürich. Haar grootste wens was in vervulling gegaan : het was haar gegund om de laatste tijd die zij op deze aarde mocht beleven,door te brengen aan de zijde van de man die alles voor haar betekende. Aan hem had zij haar leven gewijd,al voordat zij in 1912 met hem trouwde.

Met hem had zij het oerwoudziekenhuis in Lambarene gesticht en zij had al haar krachten,haar bewonderenswaardige gaven en energie, te vergelijken met die van Albert Schweitzer zelf aan zijn werk gegeven.

Dat haar lichaam geen gelijke tred kon houden met haar geest en haar wil was de tragiek van haar leven.

Als dochter van de historicus Harry Bresslau en zijn vrouw Caroline Isay werd Hélène op 25 januari 1879 in Berlijn geboren. De belangrijkste jaren van haar jeugd bracht zij echter door in Straatsburg. Tegen de gebruiken van die tijd in zette de jonge professorsdochter door dat zij een beroep mocht leren. Zij werkte als lerares in Engeland en ondernam later een grote reis door Rusland,in die tijd een avontuurlijke daad. Al vroeg voelde zij een grote sociale verantwoordelijkheid en op dat vlak begon haar vriendschap met mijn vader,die zij al spoedig ging helpen bij het nazien van de drukproeven van zijn eerste boeken.

Als een van de eerste vrouwen bekleedde zij een verantwoordeljke post in de stad Straatsburg. Speciaal was zij bewogen door het lot en de problemen van de ongehuwde moeder en zo besteedde zij veel tijd en kracht aan het stichten van een tehuis dat aan deze vrouwen en hun kinderen een toevluchtsoord bood.

Toen mijn vader in 1905 besloot om medicijnen te gaan studeren om als arts naar het Afrikaanse oerwoud te gaan begrepen noch zijn familie noch zijn vrienden zijn besluit. De decaan van de medische faculteit had hem het liefst naar zijn collega in de psychiatrie gestuurd. Maar Hélène Bresslau begreep waarom het ging en begon, even onbegrijpelijk voor haar familie en vrienden, een opleiding tot verpleegkundige om Schweitzer ook in zijn nieuwe werk te kunnen helpen.

Op 18 juni 1912 traden mijn ouders in het huwelijk. Hun samengaan was gegrond op gemeenschappelijk werk in dienst van de lijdende mens.

De eerste jaren op het missiestation in Andende, waar mijn vader zijn eerste ziekenhuis bouwde, waren wel de gelukkigste in het leven van mijn moeder,alhoewel het werk vaak boven haar krachten ging. Maar zij was de assistente van mijn vader bij zijn medische werk,zijn hulp in alles wat van belang was en de vrouw die zijn leven deelde.

De eerste wereldoorlog en het daardoor veroorzaakte zeer lange verblijf in de tropen,maar ook de latere tijd van krijgsgevangenschap, in de voor haar toestand meest ongunstige kampen van Garaison in de Pyreneeën en St.Remy in de Provence,schokten haar gezondheid tot in zijn grondvesten. Daar kwam bij dat zij na 6 jaar huwelijk , als bijna 40 jarige,een kind verwachtte.

Ik kwam op 14 januari,de verjaardag van mijn vader, kort nadat de vrede was gesloten,in 1919 in Straatsburg ter wereld. Het was een zware tijd voor beide ouders. Mijn vader was ook ziek,moest twee zware operaties ondergaan,had schulden en zag geen mogelijkheid weer een toekomst op te bouwen.

Hij werd geholpen door de aartsbisschop Nathan Soederblom,die hem uitnodigde naar Zweden te komen om colleges te geven aan de Universiteit van Upsala.

Dat gaf hem de nodige geestelijke stimulans en tevens de mogelijkheid om zijn financiële positie door voordrachten en orgelconcerten weer in orde te brengen. In 1924 was hij bereid en in staat om zijn werk in Afrika weer op te nemen. Mijn moeder kon wegens haar gezondheidstoestand en omdat ik er was er niet aan denken om met hem mee te gaan.

Maar zij liet hem gaan en bracht daarmee het grootste offer van haar leven. Vanaf die tijd moest zij aan anderen overlaten wat zij zo graag zelf gedaan zou hebben en moesten veel van haar wensen onvervuld blijven,want voor mijn vader kwam zijn werk altijd op de eerste plaats.

Maar in het kader van de haar gegeven mogelijkheden werkte zij ook verder voor hem.

In de jaren 1937 en 1938 hield zij voordrachten in Amerika en verzamelde een kring van Amerikaanse vrienden waaruit later de Albert Schweitzer Fellowship zou ontstaan. Dat is nu het Schweitzer Comité van de U.S.A.; het ondersteunt het ziekenhuis is Lambarene krachtig en ook het geestelijk werk van mijn vader.

Het begin van de tweede wereldoorlog bracht mijn moeder met mijn eerste man Jean Eckert en mij om te beginnen in Parijs door; daarna vluchtte zij met ons en haar kleine kleindochter Monique door heel Frankrijk en vond bij de vanuit Lambarene bevriende familie onderdak in de buurt van Bordeaux,terwijl wij,na de inval van de Duitsers weer naar het noorden in de niet bezette zône trokken.

Later bereikte zij,dankzij hardnekkige pogingen, via Portugal,over door onderzeeboten bedreigde zeeën,Brazzaville,om daarna over land naar Lambarene te komen.

Een verbazende prestatie voor de inmiddels bejaarde vrouw. Nog eenmaal mocht zij helpen door in het ziekenhuis tot eind 1946 de ene na de andere uitgeputte verpleegkundige af te lossen. Pas in 1948,na 10 jaar verblijf in de tropen,kwam mijn vader weer terug naar Europa. Hij had volgehouden tot hij zijn ziekenhuis zonder bezwaar aan nieuw personeel met verse krachten kon overlaten.

In 1949 begeleidde mijn moeder haar man op zijn enige reis naar Amerika. Hoogtepunt daarvan waren zijn voordracht over Goethe in Aspen (Colorado) en de toekenning van een eredoctoraat door de Universiteit van Chicago.

In 1954 stond zij,na de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede, naast hem in Oslo op het balkon van de Universiteit toen de geestdriftige jeugd in een fakkeloptocht zingend aan hem voorbij trok. Haar leven verdeelde zij tussen ons en haar vier kleinkinderen en een verblijf,soms korter soms langer, in Lambarene bij mijn vader.

De laatste keer verbleef zij daar anderhalf jaar en pas 10 dagen voor haar dood,toen zij aan het einde van haar krachten was en de hitte niet meer kon uithouden,besloot zij om met zuster Tony van Leer,die haar op deze laatste zware reis op roerende wijze verzorgde,naar Europa te vliegen. Het was haar gegund haar geliefde kleinkinderen nog weer terug te zien en vredig te sterven na een zwaar leven vol opofferingen.

Rhena Schweitzer-Miller


© Internationale vereniging van het werk van Albert Schweitzer van Lambarene (A.I.S.L.).

E-Mail an Webmaster

Laatste wijziging op 2.7.1999